• Zoeken

Psychische aandoeningen

In NEMESIS-2 zijn psychische aandoeningen bepaald volgens criteria van de DSM-IV, het handboek van psychiaters. De in NEMESIS-2 vastgestelde aandoeningen zijn stemmings-, angst-, middelenstoornissen, ADHD en gedragsstoornissen. Verder is de aanwezigheid van antisociale persoonlijkheidsstoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis bepaald, net als de aanwezigheid van psychotische symptomen en suïcidaliteit.

Hieronder vindt u van elk van deze psychische aandoeningen een korte beschrijving. Bij de cijfers kunt u zien hoe vaak deze aandoeningen vóórkomen in de Nederlandse bevolking. 

De in NEMESIS-2 gemeten stemmingsstoornissen zijn: depressieve stoornis, dysthymie en bipolaire stoornis.

Depressieve stoornis. Iemand voelt zich minstens twee weken achter elkaar somber of heeft geen interesse of plezier meer in allerlei zaken, en heeft daarnaast een aantal andere klachten, zoals concentratieproblemen, moeite met slapen, vermoeidheid of verlies aan energie, gevoelens van waardeloosheid en gedachten aan de dood.

Dysthymie. Iemand heeft een depressieve stemming die minstens twee jaar duurt, maar die niet altijd even sterk aanwezig is. Daarnaast is sprake van minstens twee symptomen die bij een depressieve stoornis horen.

Bipolaire stoornis. Iemand heeft perioden van depressieve stemmingen die worden afgewisseld met perioden van grote activiteit, drukte of opwinding. In laatstgenoemde perioden heeft hij of zij een abnormale en voortdurende uitgelaten of juist geprikkelde stemming. Kenmerken zijn onder andere een overdreven gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën, verminderde behoefte aan slaap, veel spraakzamer zijn dan normaal en makkelijk afgeleid zijn.

In NEMESIS-2 zijn vijf angststoornissen bepaald: paniekstoornis, agorafobie, sociale fobie, specifieke fobie en gegeneraliseerde angststoornis.

Paniekstoornis. Iemand heeft aanvallen van ernstige ongefundeerde angst, die optreedt zonder dat daar directe aanleiding voor is, en die gepaard gaan met een aantal andere klachten, zoals ademnood, hartkloppingen, transpireren en angst om de controle over zichzelf te verliezen.

Agorafobie. Wanneer iemand uit vrees voor een sterke angst menigten gaat mijden en situaties waar men niet snel genoeg uit weg kan komen, is er sprake van agorafobie (ook wel pleinvrees genoemd). Agorafobie kan met en zonder paniekstoornis vóórkomen.

Sociale fobie. Iemand is heel bang voor bepaalde sociale situaties, vooral als daar een prestatie van deze persoon wordt verwacht. Men is bijvoorbeeld niet in staat in het openbaar te spreken. Vaak heeft men gevoelens van schaamte en angst voor afwijzing. Als het mogelijk is, probeert men de situatie te vermijden.

Specifieke fobie. Iemand heeft een grote angst voor één bepaald ding, dier of situatie (bijvoorbeeld angst voor spinnen, wateroppervlakten, vliegen). De angst moet wel zo groot zijn dat iemand daardoor in het dagelijks leven wordt beperkt.

Gegeneraliseerde angststoornis. Iemand maakt zich, beduidend meer dan normaal en zonder echt duidelijke reden, langdurig vreselijk druk over algemene zaken.

In NEMESIS-2 zijn alcohol- of drugsmisbruik en alcohol- of drugsafhankelijkheid bepaald:

Alcohol- of drugsmisbruik. Iemand gebruikt alcohol of drugs veelvuldig ondanks problemen die dat veroorzaakt, maar er is (nog) geen sprake van verslaving.

Alcohol- of drugsafhankelijkheid. Iemand gebruikt alcohol of drugs veelvuldig, en er is sprake van verslaving die zich uit in symptomen zoals meer en langer gebruiken dan men van plan was, weinig succesvolle pogingen om te minderen, en onthoudingsverschijnselen.

De in NEMESIS-2 gemeten aandachtstekort- en gedragsstoornissen zijn: ADHD, gedragsstoornis en oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. Deze drie aandoeningen worden volgens DSM-IV bij kinderen en adolescenten gesteld. Van ADHD is ook het vóórkomen in de volwassenheid bepaald.

ADHD. De term ADHD staat voor aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder). Iemand met ADHD is rusteloos, impulsief en kan zich moeilijk concentreren. De diagnose ADHD wordt bij volwassenen alleen gesteld als deze persoon als kind al aan ADHD leed, en dat sindsdien heeft gedaan.

Gedragsstoornis. Gedragsstoornis wordt gekenmerkt door een zich herhalend en aanhoudend gedragspatroon, waarbij de grondrechten van anderen geweld wordt aangedaan of belangrijke bij de leeftijd horende sociale normen en regels worden overtreden.

Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis. Iemand met oppositioneel-opstandige gedragsstoornis heeft gedurende minimaal 6 maanden een patroon van negatief, agressief en opstandig gedrag laten zien.

De in NEMESIS-2 gemeten persoonlijkheidsstoornissen zijn: antisociale persoonlijkheidsstoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis. Borderline persoonlijkheidsstoornis is alleen bepaald op de tweede meting.

Antisociale persoonlijkheidsstoornis. Deze stoornis wordt gekenmerkt door een diepgaand patroon van gebrek aan achting voor en schending van de rechten van anderen sinds het 15e jaar.

Borderline persoonlijkheidsstoornis. Deze stoornis wordt gekenmerkt door een diepgaand patroon van instabiliteit in interpersoonlijke relaties, zelfbeeld en emoties. Ook is er sprake van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties.

In NEMESIS-2 is de aanwezigheid van 20 verschillende psychotische symptomen vastgesteld. Bijvoorbeeld of iemand last heeft gehad van hallucinaties zoals stemmen horen of wanen en overtuigingen.

In NEMESIS-2 is aanwezigheid van suïcidaliteit vastgesteld. Suïcide (zelfdoding) en het proces dat tot suïcide kan leiden worden tezamen suïcidaliteit genoemd. Aspecten van suïcidaliteit zijn suïcidegedachten, suïcideplannen en suïcidepogingen.

 

 

In NEMESIS-2 zijn psychische aandoeningen bepaald door middel van de 'Composite International Diagnostic Interview' (CIDI) 3.0. U kunt hier meer lezen over dit diagnostische interview.
Wolk

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.